en ik was onwetend als de dageraad die al gezien had hoe de oude koningin haar stad opmat met de pin van een broche, of op verweerde mannen die pedant en Babylonisch nauwgezet planeten zagen rommelen in hun baan, en sterren vervagen waar verscheen de maan, en hun sommen deden dan op kleitablet; en ik […]
Tag: Yeats
’t levend schone
ik verzocht, omdat de wiek en olie op zijn en toegevroren de hartskanalen mijn misnoegd hart content te zijn om schoonheid bij een beeld te halen in brons of dat glorieus uit marmer komt, komt, maar als wij weg zijn, weg is weer en die om d’eenzaamheid niet geeft veel meer dan een verschijning. o […]
een jeugdherinnering
de momenten liepen als op band; ik had de wijsheid die de liefde baart en van huis uit ook gezond verstand. toch, wat ik ook maar zeggen kon, hoe mijn woord haar lof ook won, een noordenwind blies vol venijn plots een wolk voor Liefde’s maneschijn. vol geloof in alles wat ik zei prijsde ik […]
ziehier het wolkenrood
ziehier het wolkenrood rond de gevallen zon, majesteit is hij die sluit zijn brandend oog: van de sterke slaan de zwakken alle werken aan dra zo tuimelt ook wat hoog bleef staan zo maakt de tweedracht eenheid ongedaan zo worden alle dingen tot gemeen geheid. zo ook, vriend, wanneer jouw grootse koers uit is en […]
ik ben met dromen uitgewassen; verweerde triton van marmer in de waterplassen; de hele dag lang kijk ik er naar de schoonheid van de dame alsof ik schoonheid kon verrassen voor de reeks die ik verzamel, blij om door het oog te varen of recht in het opmerkzaam oor, verrukt om hier te zijn maar […]
Neen, niet die van De Kampioenen. Over W.B. Yeats, omdat ik daar nogal mee bezig ben, de laatste tijd. Het is daarbij aangenaam om te merken hoe grondig rationeel Yeats is in zijn zoektochten, ondanks alles in zijn beweringen wat wij nu (terecht, meestal) afdoen als flauwe zever. Hij zoekt bijvoorbeeld een verklaring voor instinctief […]
mijn noodlot wacht dat weet ik daarboven ergens in de lucht ik haat de mensen niet die ik bevecht, ik geef niet om hen voor wie ik vecht mijn land dat is Kiltartan Kruis mijn landgenoten zijn de armen daar geen verlies is daar weldra mijn dood niets van hier verkleint aldaar de nood geen […]
“The doctors of medicine have discovered that certain dreams of the night, for I do not grant them all, are the day’s unfulfilled desire, and that our terror of desires condemned by the conscience has distorted and disturbed our dreams.” W.B. Yeats, Per Amica Silentia Lunae XII, 1917 -> waar is het woord wie zal […]
handwerk
handjes doe ter stond uw plicht sleur de ballon van de gedachten binnen in de schuur en duw en wacht: zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht. vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170) The Balloon of the Mind Hands, do what you’re bid; Bring the balloon of the mind […]
de dood
geen vrees of hoop kent het stervende dier; een mens aan ’t eind is enkel vrees, is hoop; vaak is hij gestorven al en vaak verrezen weer. een leider, trots kijkt recht in de ogen van moordenaars en lacht om het stopzetten van lijf; hij kent de dood als geen ander – gemaakt in zijn […]
byzantium
ongezuiverd wijken de beelden van bij dag; dronken imperiaalsoldaten liggen strijk; nachtweerklanken wijken, nachtzwerverslied volgt op grote kathedralengong; onder ster- of maanlicht de koepel veracht al wat de mens is wat louter complex is het razen, de dras, het menselijk ras voor mij vlot een beeld, mens of schim, schim meer dan mens, meer beeld […]
de witte maan
waanzinnig van het vele baren te stulpen hoog staat naakt de maan; door haar verglijdend wanhoopsoog een manesteek ons toegedaan wij tasten, talen tevergeefs naar vruchten van haar lijdensbaan. kinderen duizelig of dood! toen zij met maagdelijke trots voor ’t eerst de berg op trad wat ’n woelen daar te lande plots hoe elke voet […]
olie en bloed
in tomben goud en lapus lazuli scheiden de geheiligde lijven wonderbaarlijk olie af, violentocht. maar onder dikke lagen drentelklei de vampiers liggen zwaar van bloed; hun doodskleed bloederig, met lippenvocht. vrij naar Oil and Blood van W.B. Yeats In tombs of gold and lapis lazuli Bodies of holy men and women exude Miraculous oil, odour […]
ingewikkeld met elkaar verweven gleed de zon doorheen de stroom en heel mijn hart leek blij daarbij: dat domme ding dat ik daar deed nam echter al mijn aandacht mee berouw grijpt vast mijn dichterslurven; wat ben ik, hoe zou ik denken durven dat ik mijzelf gedragen kan beter dan een gewone man? welke stroomsteek […]
aarzeling V
ik blader door het zomerzonnegoud en scheur de wolkenranden uit de lucht of laat van wintermaan een langzaam licht zinken in een web van storm en schicht maar alles wat ik zo bekijk vermaakt mij tot een respectabel lijk wat werd gezegd, gedaan zo lang geleden wat ik gelaten heb, wat ik niet zei het […]
aarzeling I -VII
I tussen uiterst a en uiterst b beweegt zich onze weg; schroeiijzer, vlammenadem brandt de tegenstelling weg tussen dag en nacht. het lichaam zegt ‘dood’, het hart ‘berouw’ maar als het dat is, wat is dan vreugde ? slapkens naar Vacillation I van W.B. Yeats: I BETWEEN extremities Man runs his course; A brand, […]
aarzeling IV
zevenenveertig pas mijn cijfer stond ik, een vader alleen, onder een wilg aan een vijver bij zonlicht dat op water scheen, licht dat uit het zicht verdween. de wilgentakken kribbelden zacht hun wiegen in de wind op mij en plots mijn lijf schoot vol en vrij van daar was ik en alle pracht lag klaar […]
aarzeling VI
’t rivierenland voor hem beneê met in zijn ruiken geur van hooi vers gedorst, de grote vorst van Choi riep en schudde af de bergensneeuw: “laat alle dingen maar vergaan”. melkwit de ezel trekt de molensteen waar Babylon of Nineve verscheen een veroveraar nam teugels vast geheid en riep tot mannen moe van strijd: “laat […]