4 . CIEL BROUILLE & THE MERMAID leden. Van elkeen der stervenden afzonderlijk hoor ik de stem in het kraaien (dat een krijsen is, dag na dag) van de haan daarbuiten. Met zovelen zijn ze, en toch is elkeen te onderscheiden. “Ik zie de mensen, zij lopen als bomen”. De zaal zit vol. Jouw hand […]
Categorie: gedicht van de dag
Dans la brute assoupie un ange se reveille / vers les oiseaux de mer opdat ik zwijgen kan, dien mij uw gesel toe (haar bed is leeg en met verstomming slaat het doodgewone liggen van het slaapkleed in een bundel op het voeteneind, de glinstering van herkenbare haartjes in de hoekige zon of het wegkwijnen in brak […]
Un spectre fait de grâce et de splendeur / L’eau profonde l’emportera voor spiegels soms dit lichaam staat (en naakt zal ik weerhet dier zijn dat in zijn geur geworteld ’s nachts de maanbehuild en mannen ach, een twijgje breekt zo teder in een klauwen overdag in maskers maquillage zal ik ijselijk snauwen naar de […]
Un air subtil, un dangereux parfum/ Bientôt peur-être tout à l’heure vol. voorwaar stijgt dan een zerpe geur (dit harnas sloeg ik rond het verdwijnen dat je was, ik kweekte bloemenin de gaten die je ogen waren, en in de holten waar jouw klagen galmde, in de slijmenglans van de nijd verwekte ik een wezen […]
Je me pris à songer près de ce corps vendu / La surface de l’invisible en hoewel ik niet bestond (drie gezusters bij volle maan, liefde druppelt paars uit elke porie, urenlang staan wij met de armen hoog als hagen in de wake en bij de stijgende verstijving der leden dissecteren wij de holle klanken […]
La froide cruauté de ce soleil de glace / Déjà sa chevelure effleure en in dat weidse slechts een stip (dan doe ik diten in jouw adem alles wordt één ruisen, zeevan infrasonisch ziedend leven, de tijd is zichontrollende een slak, languit, mijn hoofd strand dat alle landen is) was jij (schrikbarend zal het zijnhoe […]
Et ce monde rendait une étrange musique/ le bienheureux en weerom kwam (eek, een zwarte vlek – ik schrok me rot – een kat of iets, een hond, zo zacht en rakelings mijn enkels langs op het gras, de dauw, zo warm en harig, gruwel weet je, net) als vuur (een woordenschat die man en […]
Mer odorante et vagabonde / Le saule en de zee verdwijnt (het sneeuwde en alles trok sneller in je samen van het bontgekleurde vlak, de simultane hemel – praise his dick! – dan dat een pil het je uit het hoofd kon praten) zei ze (prinses, jazeker, maar honderd erwten zullen schuren bikkelhard en prinsen […]
La froide majesté de la femme stérile ex nihilo nil (de benen bengelen) nemo creavit : o parelend ontwenningszweet!(binnensmonds gejubel registrerend somskantelt in het duister nog het evenwicht) (open diafragma, lichtval schaduwloos op dit dat zich verheffen wil tot dat en het wachten samenvat met einde lichtval, diafragma sluiten, duisternis) ofschoon niet echt berustend in verdoemenis […]
Tes yeux sont la citerne ou boivent mes ennuis niet die klapwiekende (de curve van jouw hals) geketenden : ein jeder Engel ist schrecklich,- (gemuilkorfd en tellende de lijken soms na middernacht verbeeldt het zich) (knarsetanden, zeg je en een rilling door verkilde spieren trekt je wangen in een hatelijke plooi, jezelf ten prooi ben […]
Ô vase de tristesse, ô grande taciturne een geijkte vorm (in stilte en dan nog) van inspraak : in een knikker dit papiertje,- (reciterende een waslijst kleuren soms bij volle maan doorgrond ik het) (zeldzaam ben je, wil je mij maar ligt daar niet een bedding dichtgeslibt naar syfilliete schuim te lonken. Eiland ben je, […]
Ramper sur le versant de ses genoux énormes, gespleten aarde (slangen in je buik)waar ik lallend instuik, stik in je huid,-(indachtig kathedraalgezangen somsop autostraden nog herken ik mij) (liefde, herhaal je mij mijn liefdevoor het openrijten mijner wondenen als ik hanteerbaar ben geslonkenklinkt er harpgetokkel in je na) schoonheid lost zichzelf op waar ik ga […]
Je hais le mouvement qui deplace les lignes, een oud gebruik (heradem niet) :ik tast jouw vlees beminnend aan,-(in het tempo der getijden somsbij helder weer bedenk ik mij) (teder noem je hoe mijn vingers vluchtig vlammen langs het kammetje van wervels terwijl ik onverbloemd de uren tel en elk gebaar een drieste leugen is) […]
(advertentie) L’empire familier des ténèbres futures helaas (het schranst en schuift aan elke tafel) een drift ons welbekend,- (loop ad libitum) (humus, slijm en steen weerspiegelende steen en slijm en humus weerspiegel ik) (gruwelmantra voor haar lichaam tot enmet een grimas dromen fragmenterend – borst ontvolken, hinderbeentje krak en kom, de velletjes gebrandmerkt versturen) ofschoon […]
L’Art est long et le Temps est court. dixit humus, slijm en steen, enwereldzieken uitgemergeld dansen.tot het lichaam niemand kwam,tot haar lichaam niemand komt. paradijselijk ijs barst openwaar een engel werd gevild.onrustbarend door de glazen steden krijtde antieke gil van vleugelnood. kort wellicht en pijnlijk is het schone voor de dood.
Rien n’embellit les murs de ce cloître odieux. happen als de goudvis die naar wolken loertschuddebollen als de duif die koerttot het lichaamskluwen openbarstte,tot haar lichaamskluwen openbarst. rust vervagend, drinkt zo zoetjes,oorlog onverhoeds in stulpen knippert,gulpt dan op en van hun schermen drifttot op kraaknet glas een bloedend klompje ligt. in korte scènes word wellicht […]
Le succube verdâtre et le rose lutin kruisweg in een kromhals : laait, verkilt of smelt de droogstoof in tot de lichaamsgrens vervaagde, tot haar lichaamsgrens vervaagt. armer blijft wie kundig draaitzijn lust en nijd tot stemmig grijs,dan hij die in zijn aarden bedtot dageraad naar zilver graaft. tekort aan dorst wellicht wordt nooit gelaafd.
Et vous, femmes, hélas! pâles comme des cierges eender licht door kathedralen als door ijs dat wellust ving, tot het lichaam mij bedaarde, tot haar lichaam mij bedaart. onbewogen zie ik strakke koordenvan haar ogen naar mijn dood:niet in cirkels boven dakenvliegen duif of meeuw of mus. tekort aan niets wellicht gebiedt de kus.
Envoie-toi bien loin de ces miasmes morbides; vel op derrie, roos in slijk, op vegen nacht een vaal gezicht tot het lichaam mij bekoorde, tot haar lichaam mij bekoort. vlees verhaalt de zeeën hoe het vocht vergaat in grond. bloemen dichten mij gedurig: doe ik mij sluitend in haar toe, tekort aan haar wellicht is […]
L’enfant désherité s’enivre de soleil een voetafdruk geluid in grint en maanlicht op de wagen viel tot haar lichaam zich weer sloot, tot haar lichaam zich weer sluit. kleur bedacht ik om het haar en om het vlak der ogen te betasten, warmte om het einde van mijn koude op haar poorten voelbaar stuk te […]
AFSCHRIFT

Het draagvlak zweeft, waarop jij mij omarmen wil: een web verderf, een bladerdek met in elk blad een nerf die met een knak zijn tak afvallig werd; een laagje daad, waaronder niets jouw ijle droom wil ankeren. Of weet je niet dat in luchtledigheid jouw liefde eender valt als lood? Ik adem en rond het […]
AVIS Argumentum : Hunc miseri tumulo ponentem corpora nati garrula limoso prospexit ab elice perdix et plausit pennis testataque gaudia cantu est (Ovidius, Metamorfosen VIII) Heropen hoe het niemand is en daal in cirkels af, stoot door het dorre vel en grijp naar wat twee vlinders van hun vlucht bewaren. Bol dan driemaal de zeven […]
II Er was verhevenheid die losgewaaid op marmer rustte: een waas in cirkelvorm, dor gras, of als het binnen was, de geur van hondenhaar indrukbaar tot een plaatje harde draad. Er was een zondvloed van al vluchtige en jij die haar getrouw het brood doormidden brak en heersers met de kruimels voedde. Maar niemand had […]
ARTES Argumentum : ‘Icare’ dicebat : pennas aspexit in undis devovitque suas artes corpusque sepulcro condidit, et tellus a nomine dicta sepulti (Ovidius, Met. VIII) I. Aldus (en onaflatend wordt de naam in verse graven bijgezet) heeft het jou steeds bestaan : een lijn vraagt in het leven om bevestiging, je draait een krul om […]
VAL Argumentum : tabuerant cerae : nudos quatit ille lacertos, remigioque carens non ullas percipit auras, oraque caerulea patrium clamantia nomen experiuntur aqua, quae nomen traxit ab illo. (Ovidius. Met. VIII) Het is al weg van hem. Een eilandligt met honingraat van stratenver beneden jou in zee geplakt. De mensheid faalt. Cirkels kan jemet een […]
IV. Minos brult en brengt zijn val in kaart,hij stoot zich lachend het bloedin cirkels uit: zijn hoon is wet,zijn stank het deken op je bed. Hij noemt het zoon: ‘Mijn zoon, haar lijf lokt dood in elke toonaard aan’.De hand die om de laatste veereen touwtje snoert, trilt, verraadtdat niets in hem het nog […]
III Want waar het dolend tussen prisma’s herfstzon tegen meubilair aanliep en nagelstof verdiept in boenwas trof en pijltjes blond dat rond een glas haar schijn van daar te zijn in glans die uit de handen gleed, ontbond, ontstond in stilte ’s nachts de brand, en waar er ’t razen was van de lome reus […]
II. Haar zang ligt in die steen begraven : de melopee die dalend tot haar stille pit, voldragen uit haar vilten nacht jouw kille land ingleed, brak bevend op jouw zwijgen af, verglaasde bij je adem, viel in scherven uit wat eens een blauwdruk leek maar samentrok tot van dit oord de guurste donderkop. Op […]
KRETA Argumentum : Daedalus interea Creten longumque perosus exilium tactusque loci natalis amore clausus erat pelago (Ovid. M. VIII). I Een klokkentoren trekt zich aan afwezig brons de hoogte in. De windhaan kriept het duren uit en slaakt de tijd die wereldwijd zichzelf verzet. Het landschap in haar schijn komt hedennacht de uitgezette lijnen niet […]
tunnelvision
Een mondvol spuug en bloed dat kelderkil een tel zijn kin aankleeft, glinsterend oplaait in een streep Napolitaanse zon: felst bevochten landkaart is zijn avondmaal dat even van zijn zwartop dode bleekte, te dun gezaaidesliertenbaard niet scheiden wil. Ikheb geen land en bovenal, sprak hij terwijl il Duce al de gal van’t vaderleed in toorn […]
RIGORISME
In vreze van larven die traag het ebbenhout tot weerloos stof vermalen, wanhopig om regen die de hete twijfel voor de vraag van antwoord dient, rillend om warmte die het geroofde ei gaaf de grauwste bek uitstoot, kokhalzend het leven aanbeden als de dood voor aalgladde dageraadswoorden.
De dag kwam aande dag die aan de dag kwam als de aangekomen dag : een bloemknop openbrak(in bloei gebroken dag) die hoopvol open knoopte, brak en liggend daar zichzelf met bloem in bloei verblijddeop de aangekomen dag,dacht zij, die zij was : bloemin hem die in haar bloei vergaande was (zo verde bloei reikt, […]
Het opgespannen doekwordt grijs en zwaar van de dauwboven de pratende hoofden. Haar toegewijd reikt jouw handen raakt niet haar,maar zich in onmacht rekkendehet doek en van de donkerrode lucht op voorspraak van goden beducht,glijdt in je palmen breekt de druppel vochthaar toe en op haar bovenlip staat even zilverals een omkartelde wolk de daghet […]
Een duimbreed telkens schuift heel wit het schip de kustlijn af en aan van Nazaré. Haar voorbeeldig getaande huid is door het blauw boven de duin zo scherp omtekend dat het afdrukbaar is, op de gekende tegels bijvoorbeeld waar hetzelfde blauw dit land is ingebakken en zich onder glazuur van aanraking onthoudt. Snel, besef je, […]
elegie
Het rillen dat je om haar voelde is net zo weg als zij. Ze heeft je de regen gelaten, wind in een cirkeltje brand in je jas en het lome virus van herfst in het gras, het blad, een glas. De dag herhaalt de daden slaafs en wat zo stapsgewijs het einde in het midden […]
’t gelatene
“When i died last, and deare, I dye” John Donne – The Legacie je kijkt haar aan en zie je niet het zich verstrijken al nog voor het aangebroken is? al het gezegde, wat je zei dat er niet was, en wat je niet zei en hoe verkleumd iedereen? je kijkt haar aan en zie […]
dageraad (5/5)

het vergezicht trekt trillend aan de bladhemelen sleurt de nevel neerwaarts op een wilg die stram met twijgen strooit, knoestig frunnikt aan Aurora’s zijden zoom. het lacht. “schoonheid giechelt als jij grapjes maakt, mijn lief.” het land is stil, het verre rood verkilt er. een spin gaart uit een oude monitor haar draad.het licht is […]
dageraad (4/5)

pictoraal verschuift het rode raam naar af en insgelijks de voet gaat op de vloer verkleuren van goud naar weke bleekte. vette aders spellen blauwe hemel om tot hel van vuur en ijs. trilharen in de geeuwstorm, de kijkende bollen tollen in de gaten en de wenteltoren waggelt nog vol onnavolgbaar vluchtende draken die het evenwicht […]
dageraad (3/5)

elke schaduw maakt op eender licht een lijn.het zien denkt afstand tot een krasafwijkend van de kras die beeld wil zijn,geslepen spiegel van het zicht dat was. de tijd wordt door elkaar gehaald op glas. de gruwel staat met leven oog in oog het scherpste beeld blijft altijd scherf, lijn die van de dood het […]
dageraad (2/5)

zo elk moment weldra tot nooit vergaat, is niemand ooit het anders aangedaan: geen raad bij dag vertrouwd, geen staat van waken houdt bij nacht nog aan. geen muze laat zich zien bij licht: haar bitter-zuur versleepte zoet, het drijven zonder duur of zicht blijft eenzaam minnen zonder goed. en niemand wil de lage wensen […]
dageraad (1/5)

het weet hoezeer de overslag, het uit nachten uitslaan van wat het was, wou zijn, het bij het omslaan tot besluit, de opstand die nu beginnen zou, de tot de adamsappel opgeknoopte wet, het rond vertier geweven stalen net in het zicht van de aangewezen staat, de taak, het hakkelen naar daad, in het licht ook […]
Ijsveld, glazen oog. Op het orgelpunt stilte kucht droogjes een gans. uit ‘Spelen dat het Donker Wordt’ (1995-1999/ rev. 2018)
De maan sneeuwt stilte. Zwijgend schept de man ’s morgens zijn naam voor de zon. uit ‘Spelen dat het Donker Wordt’ (1995-1999/ rev. 2018)
De jongste dag begon met kraaien, naar dansend licht dat viel voor haar door ongekuiste kinderkamerramen. Nog winterlijk was daar de zon in opgeknoopt voor het stelen van paarden uit de droom waarin zij loopt. Zo zingen lastte zij de vogels dat de botten afgetekend in de bomen hingen, zo gonzen gold haar kraaien de […]
Hij sluit zolang de avond uit haar naderenen uit haar spelen, even, dat zij lopen kon,is elke vorm van val geschrapt. Schervenzetten hem beweend weer regelrecht beschreven in de zetel waar alsnoggeen woord voor is. Zij let nog niet opnoten: hij maakt haar de wereld uit en istot haar vermaak hertekend in de lach die […]
Hij weet zich aan beweging meegedeeld,telt met haar de reeds behaalde waarden.Hier wat ter vervollediging hem toekomt,plaats, tijd, uitgesproken nummering en daar wat niet. In kringen wordt een vijverwel zijn daad aangemeten. Wat niet pastverdwijnt en drijft zogezegd meteen alboven. Het vriest niet, maar toch zal het zonder warmte zijn. Likkend aan het mesvreet ook […]
Vliegt en slaat dan plots in drift de veer zijn hand en wendt het wiel zich van hem af. Verging niet ieder die de schoten in de heuvels hoorde en de rivier betreden wou het zo ? Zij zwijgt en beent zich uit bij wat hij schreef, een daad die van haar lijf geen punt […]
Homeros was een sterrenkundige, verzon hij nuals grootste deugd en wat geschreven stond,bevreemdde hem niet meer. Hij beval haar ten huwelijk en spon zich diep in haar: een lila toverbol in slierten uitgezaaid, een ritselen, gesluierd rond haar hals, dat terminaal haar doordeweeks geklets verbond in delicaat geraas, een gaas met perspectief op wat er […]
Grimmig groent bijtijds ontworteld dagelijks de stramme stam wat aan. Scheuten wordenbij de late vorst door haar ontraadseld onder zode : misverstand, want zonder zijn was onder mos zijn woeden een toonbeeld van duurte: goud, gestolen van de zolder en voor wat schamel geld als tijd verheeld,werd zo bij haar van nijdig ros het zinnebeeld. […]

Onder dwarse handen spant het ribfluweel de huid in groeven naar het graf. Haar onmin wekt een droef doortrokken wrijven op: het spel ontaardt tekort gedaan in ongewilde siddering, een obligaat droget waarmee haar nijd tot in het merg der malse knopen snijdt, het zoemen van viraal gezag blootlegt en zo de daad haar tegenwoordigheid […]