jij. recursief eist nu het toeval dat jouw harenmijn schouder uitstrepen tot op het wittebot en ook mijn voze tongval spalk jij metbuitenhistorisch gebulder. heethoofden, zij worden met halen van hun rilromp en krijsen gescheiden en hun leed wordt deel van mijnpink. hou die knipschaar in spreidstand, jij. elkmoment is een momentopname met suisende migs […]
Categorie: gedicht van de dag
B10
inhoud heeft het kleefkruid amper,impact evenwel meteen:naakt de woordnaad ligt ter vingertop. categorisch lost het op in ruitjesprittstick en sauzen bolognaise,maar toch: geheel gespletenheid is het,gelijkenis en onderscheid,concordant en discordantuit één het vele, het veleook weerom het ene in. (de bloemetjesop de groene ballenzijn klein en wit). inputtekst (2017)
B11
jouw gelaat ontvalt mij in slierten, zinktin het vormeloze. echo’s verwijderenzich, beelden tot schemer vervagen. wat jij was, is nog een waas van licht. ik durf mijn ogen niet te sluiten. er is koude die nietwijken wil. kale takken tikken op het raam.de frigo slaat aan, er is een nare ondertoon.de honden huilen, zij ruiken al mijn bloed. het zwijgen spreekt nu […]
B25
van de instortende gangen. een rookpluim kroontde heuvel (het gevederde hoofd), dwarsbalkenbranden, een hand tekent een m in het roet envalt dan stil. ‘kom’, zegt ze, ‘de zee wacht op ons.’ de nacht golft andere dagen aan in haar ogen, erzitten vele werelden in (haar lichaam is diagnose,handleiding, kaart van het heelal). hoeveel? gekreunslaat over in brullen, schreeuwen, snikken. pal boven zijn hoofd op het einde van de hellendestraat staat de maan, schildert de man af, hoed in dehand, het lijf hobbelt lijnen op de keien, een tel nogen hij is voorbij. geldbriefjes wapperen weg, […]
B47
Met het ene roze handje in de heupen het andere hoog alsofer in de haar omringende ruimteeen belangwekkende scheidslijnviel waar te nemen, in een niet aflatende pogingom het halsstarrig fluitende herdertjevan zijn berg neder te laten dalen, draait,op vastgestelde stonden,in schokjes de herderinweg en wegvan de noodzaak om haar bewegingte moeten aanzien. De herdershond,met ere arm aan pootjesmaar zichtbaar gammel op zijn sokkel tochblijft als een hondvloeiend glijdende rondjes rond haar doen. Van het vlugge oordeelover de gewichtigste zaken,verlos ons heer. inputtekst (2017) >2000 uit ‘123 Manieren om Herakleitos te lezen’ Over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma Lees meer output van het ‘Gedicht van de […]
B121 – B64 – C55
Springstoffen razen in containers over de autosnelweg. Op de middenberm staat een haag in brand. Heel erg luid roept het meisje in de blauwe bikini dat ze haar teen aan een kei stootte. De herhaling herhaalt alleen zichzelf. Schimmen van oude mensen schuilen achter het behang. Een ijsschots stuikt met veel geraas de zee in. De plooien in je huid verraden hoe je huilde als baby. Muziek verzet zich tegen de stilte die ze […]
B60 – B32
Een trede lager is het beeld,versluierd in de geurvan zachte zeep en lijf, het glijden over het chroomvan de leuning, de opwaartszwevend neergelatenslanke hand een oogwenk hangende,verscherpt door een plotse invalvan licht op de leuningvan het soortdat zich niet noemen laatof van god de naam wil dragen, stokt en dreigt danje in je val, het in je haastternauwernood de rand aantippenvan de treden die je lieveroverslaat, te vellen,je als een kattenjong ter doodop de blauw gevlamde steente laten smakken van de inkomhal,waar het zich baldeen wonderlijk tot de woordenontplooide : de weg omhoog, omlaag,is één en dezelfde. inputtekst (2017) >2001 (?)
B55
tingeling van dingen zo floepen hier de schermen aan en kraaien krassen mee in pek en veren deze jeremiaden.ik klots wat rond met kliekjes oceaan, en ’t schildersoog vertaalt mijn stem tot glijden van een oester op de tong. parels leg ik bij de mest te vondeling, ze gaan van mondtot oog tot mondeling: elk […]
LAIS XXII
‘t Is een hijghoofd, huig met vlees en bloed omwonden, verlangend dier dat regels braaktom droom van daad te scheiden, kwaad van goedmaar met zijn oordeel enkel tijd vermaaktstervend en strevend ‘t leven zelf verzaakt. Zijn leven is wat er niet is: LAISwaarbij Het was, is daarvan beeltenis,van zijn geloof idool, herinneringwaarin het zin zoekt en […]
Ik hou niet van je, ruikje haren, voel je huidde hele dag, dus houvannacht je benen stil,je mondje dicht, terwijlik graaf en schraap en ril. Ik ben nog nooit zo nietverliefd geweest als nu opjou, maar nu je naam nogzwart geblokt mijn kopnaar jou vertekend heeft,nu duizel ik en fluister : ontreddering om haar,afwezigheid in […]
LAIS XXI
Zich hiervan bewust met nijd in de kopdoemt de schim vaak op, weerspiegeld op straatin ramen, of in een plas wolkt Het opdreigend en vuil, vol onrust en haat,afwezig bewegend, zijn dat bestaat. De dagen zijn vreemd sinds Het in LAIShet ware ontblootte, ’t lijk dat Het is:een vormloos verderf dat haakt naar zichzelfin slijmen […]
o rouwgezel, gij die van ’t leven loeide in de schaduw van gods twinkelingen het fijnste bleeksel van de schichten onzer lustenvatten kon in de vloeiende keren van uw verzen alsloodplooien (ooien) (oin) (o) die hoogachtte en ons verstaanbaar bracht ten lippenmondehet zoet genot vol zaligheid van elke morgenstonden de leegteplons te belijden toondein de […]
LAIS XX
Koopstof zuigt aan de zolen. Nat en zwaarop hun halzen de hoofden wiegen. Strokenakkers met gif perkt hen ter stede waargeldhonger giert: de zielen zijn spokende breinen verdoofd, de geesten gebroken. De pit van hun ego is klein en holmaar buitenom oogt het groots, zwaar en bol,gewichtig gebarend ‘n heftig sujet. Talloos zo zijn ze […]
LAIS XIX
Het lost nu op in louter leesbaarheid,zijn leven is schrift, haar naam is zijn zinmaar de zin is fictie, obsceniteit,haar code drukt taal uit de bot inbloeiende bloemen met lillend daarinreikhalzende liefde zwart van de nijd:zelfs zijn adem stinkt naar geil en naar spijt. Er is een hele zware storm op til.’t Lot becijfert, verplettert de […]
het kamsalamanderlied
niet de blik inwaarts (het gat is te diep)niet naar het buiten (de ruimte is koud)niet oog in oog (de droom is een moord) niet naar het vage (het vage is nergens)niet in het al (het al is illusie)niet in het niets (het niets ontkent niets) kwaak kwaak kwaakik waak niet ik droom niet ik […]
⇒
“bij het melkvlammen bij de grafademin purperen zweefmonden: het tonggolveno bulkende zaadstulp breek in ons los” (zulke heilzangen gaan al snel in de stemspleten knellen, mevrouw!) het mauve hert HMS Spanningsberger in de ondergangszon– te jong achter de sterfspijlen– indien afwaarts murmelt de tranenvloed : de dijen bekoren de dijen de dijen bekronen de dijen […]
kast
de geest verettert. het slijm verhardt.het rot verteert.verval regeert. pif paft pufpof puft paf:wat niet vast hangtvalt er af. Over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma Lees meer output van het ‘Gedicht van de Dag‘-programma
Een duimbreed telkens schuiftheel wit het schipde kustlijn af en aanvan Nazaré. Haar voorbeeldig getaande huidis door het blauw boven de duinzo scherp omlijnddat het afdrukbaar is, op de gekende tegels, bv.,waar hetzelfde blauwdit land is ingebakkenen zich onder glazuurvan aanraking onthoudt. Snel, besef je, diendeeen vinger daar gelegd, en nu,in de strakke hals als […]
LAIS XVIII
Wat weg is, heeft zich ooit een weg gebaand:compleet verrees uit stoffelijk gebeurengeen leven eerst maar degradatie, staandverderf, zure schimmel, zwavelgeurenmisselijkmakend in natte scheuren. Weelde wemelt, wil zichzelf vertellen‘t gewoeker ontaardt, ‘t verval blaast bellen:verdeling drijft ‘t gelede leven aan,‘t raadsel mens ontstaat als iets met cellen.Maar in LAIS blijft het als het bestaan.
LAIS XVII
Door ‘t vage heen waarin haar klaarheid waszoals de maan ook toen aan het verscheen:vergleden schijn op de spiegel van een plas, het gladde vlak van woorden om het heenhaar witte schip dat in de zon verdween. Zinloos bleek het zoeken naar het echte,‘t ware met het schone te bevechten: wat er gebeurd was, is, […]
LAIS XVI
Reusachtig zelf een grote, warme vrouwkamt het met trage halen de haren die als een gordijn links, rechts langs de vouwook zijn naakte borstkas doen bedarennu het zich al dromend wil verklaren. “Zo laat ik hier”, zegt het “dit klieven toemijn innerlijk te tonen, het ene moe,dat ik haar te midden al het woelendromend zeg […]
LAIS XV
XV Honderden handen hangen te drogendeskundig ontvleesd en ontbot, de huidweer opgezet, de vingers gebogentot wijzen en grijpen dat niets beduidt,loze gebaren als van iets toch besluit. Lomp hun lijven strompelen eronder,mompelend ze stompen elkaar zonder doel, enkel daartoe gedreven door nijd. En ook het voelt zich heel erg bijzonder,heeft in de droom voor de ander […]
LAIS XIV
Van dat zij het in haar ontbreken sloot,werd het viraal door dat gemis verteerd:het drijven van een lek geslagen boot,‘t klokkende gulpen uit vaten van teer,verlangen naar verlangen zonder meer. ‘t Lichaam werd een kluwen van tentakels,de gedachten vlagen stroom door kabels,‘t gemoed van mank geheugen rotte vrucht:een aggregaat van kettingloze schakels,gelogen naam, omstandigheid in […]
LAIS XIII
XIII De mond houdt in het innerlijk razen,stormtij in het nachtperk, schichtdoorschoten zwarten de ogen zijn van angst de spiegelglazenwant vlamt daar niet de gruwel in het hartdat tot een koude steen al is verhard? Een nieuwe macht versleutelt het: de wilom enkel haar nog te behagen. Kilomdat de omgangsvorm om kilte vraagten stil omdat […]
LAIS XII
De dagen duwt het uit als sigaret,walgend van zichzelf en ’t korte genot,vertier met van de ondeugd prijs en wet. Het leven is met lijden vast op slot,verplicht te sterven met van dood verbod. D’ eeuwigheid is ’n hel als het gaat duren:afwezigheid van schoonheid in de urenrekt het leven zonder haar. Grauw is ‘t zijn,de […]
LAIS XI
XI LAIS is wat het is: van haar gemis.Het leeft alsof, haar naam is sarcofaag,het ligt te rotten daar: een iets dat iseen mankement van lijf in laag op laagvan taal met van uw lezen steeds de plaag. Het zegt LAIS en hoopt op licht dat is:verlossing, uitweg uit de duisternis;maar elke keer wordt het weer […]
LAIS X
[embleem: LAIS IS WEG IN LAIS] Verbaasd leest het zijn lettergrijpen nain de verzen die het schreef voor haar, zo mooi vannacht. Geen ene paginaheeft van zijn werk nog meer dan dit gebaar:LAIS LAIS LAIS LAIS staat daar. Het zingen ging nochtans de hele nachtin duizend kronkels om en rond haar pracht,en in zijn zinnen had […]
permanente crisis
1. het centrale gedeelte is een immense zwarte berg graniet,onaantastbaar, onverzettelijk. onze sessies zijn stormachtig ¹ het snijden is ons ingeplant (gebed, gebod, gebit).de ergernis betreft: verwarmingselementen met stoffige zuigobstructies gekrakeel in brabbeltaal op 10x duurdere gsm’s regenstrepen op de industriële wandbekleding rokende marginalen neusprut op de hst-zitjes kalkaanslag in de senseo onze glinsterende ogen […]
LAIS IX
Waan is de liefde, illusie die sterft, regen vertaald tot het vallen van water: al is verval, de aarde bezit dat bederft. Men derft haar hier, het leven verlaat erhaar weelde die wil woeden tot later. Dreiging doemt op, armada’s aan kusten,men bidt om geweld, dwingt te berusten. Kinderen zingen, reikhalzende halmen,geofferd aan nijd, voer […]
LAIS VIII
Het hekelt nu het lezen dat in hem wil haar als mens of als een ding begrijpen. Wat zij betekent immers staat nooit stil,land en water, chaos, niet te grijpen zij weet, het spreekt, zij zijn begrijpen. “Wij zijn niet hier”, zegt het, “zij is geen deel van mij en wie ons wil, wil ons […]
LAIS VII
Kale takken in hun strak gebinte,scherpe tekens in het vlagen van de mist: er rest ons niets van het beminde, de trage kleuren zijn tot wit gewist, alleen LAIS had wat ons leven mist. Wij zijn zo sloom, van zin en lust ontdaan, zij was aanroeping, naam voor niet-bestaan: het is ons vreemd en niet […]
LAIS VI
LAIS maakt van elk hok een kathedraal, zij vult de zolder op tot aan de nok. Het kust haar beeld als reine zonnestraal, zij lacht haar lach bij ‘t vallen van haar rok: het is haar lust, zij ’t avondmaal (het schrok verblijd door dit festijn, haar zindering). Zij zien slechts eigen ogenglinstering. Haar naam […]
LAIS V
’t Golven en daarvan ’t nakende einde ontnamen aan het varen doel en schip: zo vervallen slogans van het zijnde tot zinloos vuil bedrukt plastic, tot hip gehypte waanzin uit een slechte trip. Maar het dat hier verglijdt van hel tot hel kent van de liefde nog het ganse spel: het fluistert zacht haar naam in […]
LAIS IV
Het waakt, door u en wanen overmand, en dan door u het leest haar geest die zucht, verbeelde vlam waaraan het fel ontbrandt, een waar verhaal dat van de waarheid vlucht, vermeende held met oud venijn verlucht. Genot, denkt het, heeft hen verbonden: zijn geloof gelooft het geen seconde, want in haar lichaam jeukt alleen […]
LAIS III
Het licht versnelt, de zee verstijft een tel,einde komt er alom aan het deinen;en het, daar? ’t licht bereikt er nooit zijn vel:weg is het van ons en tijd en zijn entoch staat daar die schim van ‘t zijn te dreinenom herhaling nog, te lezen heden,terwijl ‘t zijne is al lang verleden.Nu raast u, lezer, […]
LAIS II
Het kolkt. Er stroomt lava uit de scheuren,op de bodem barst de aarde open,vuur wil vuur én water, vrij gebeuren.Nu nog pluche purpert uit bezopenmonden, nijd belet van bloed het lopenin de wrong der polsen. Nu nog slonzenbazen met hun geld en nu nog plonzenwerkers slaafs slijm en drek op cellofaan.Walgend ziet het zich, waar […]
proper vers
in het boek Huisin de deur Bladop de vloer Vloer op de foto Schimin de schim Vlees:het Schuimmeisje. Schuim inde emmer Emmer. inputtekst (2017)
LAIS I
Ontdaan stond het er gans omrand en rankleek het te reiken trillend tot de wand,er witte woede vormend, stroef van klank.Daar werd een droom van haar met daad bemanden door dat groot verlangen overmandkreeg het de opdracht haar tot licht te zijnals op de maan de klare zonneschijn.En ‘t werd bevolen weg te worden, wegvan […]
het heeft geluk
het had de ogen en het gaf haarde ogen en de ogen verveelden haar.het zuchtte lucht uit die zij blies. hethad het einde vast maar het einde kwam maar niet in haar. schromelijk. abuis. zo ook alom de winden in de wereldwaaien: het had geluk zei zij en het gelukbracht het deze dag en het […]
het danst
het ziet een paar en hoe ze draaien daarvoor het doek en het doekheeft de plooi van de benen voor een ware plooi genomen, een tijdsgewricht. het ziet ze dansen en zo dansten wij, denkt het, toen het nog toebehoorde.traag, toen, trager nog zo lijkt het nu, te schommelen haast, half staande daar voor de […]
kustwind
de wind streept de vrouw uit in lange lijnenhaar en jurk. een doorsnee engel ontvalt zonog het praatvlak. doodgewone doorkijkbeelden aan de kust. zweefmeeuwen dagtekenenhun plaats windopwaarts, mannen negerendoorgaans het rechte van de langgerekte lijn. het heft het glas vol wijn en zand, want dit ishet lichaam. kinderen meten hun zuiveremonden af aan het uitgevlakte blauw, […]
barst we regelen het benoemen het als het maar in der minne:het heft mij op als zon en jij wordt een naam(ook al strijkt er af toe een vogel neer)een strandenloos glanzende pingoruïne, honderden lettergrepen op zoek naar hun zinnenklanken in monden die niet weten hoe te beginnenhet drentelende zwerven van een vuilzak in het […]
over de vlakte die onze vlakte is, ligt het veroverde vlakke in de wind te drogen en de geurige hersenschimmels vliegen ons bij het verkrampen in de ogen, alsmede de rode kristallen van de woordenmuur, de slierten scheldwegverf uit de grote hebgoederenpot, het rozige balken van de verknechte dieren, de gekraakte libellenvleugels, het zwarte schopschoenenleder… in […]
MU
de handen scannen bij herhalinghet onthullen. ziehier de plooien vanhet afgerukte kleed in marmer. ziedaarhet houterige opbloeien van afgehakte tepels. dat het haar land pardoes in het jouwe laat vallenen dan het weke op jouw barre bodem streelt, isjouw geluk. het brandt en rilt en leestop de stranden, in het opwaaiende zeewier haar immer eendere verhaal. […]
ekster
debris van stralen in de mal van laster,zee-uiting van verstikt wit in de blauwe spiegel van het zwart, gij, ekster, grote rimpelgrot van de aardmond, kwabkwab rond de aars van de vorkende god, bij zee de slokop klotst op de kade, diemet de sherrytong van Pessoa, diemet de klaplong van Velimir en diemet de wuivende […]
opgave (7/7)
gevat in de brand zit de vonkzich te vervelen. elk vijfde deelis een uitgestoken vinger in hetalziende oog en zo gebeurde het dat de zee naar sperma begon te geuren; in de nacht was het beland, de langste nacht.het wachtte wel een jaar of zeven. holst. holde, tot het stond. inputtekst (2010) Over het ‘Gedicht […]
opgave (6/7)
de mens is het geheim van het paraat.schaamte, rieten kororo (o nano)! tussen de begerige vingerogen wordenmet brandende touwen de klemscharenvan de odal gespannen: ontembaar is die pracht, rafels zijn het van g*ds hemden woester loeit het en grijpt en golft nu er vanmij verlangen om te sterven wordt verlangd. die papzak zuigt haar nog […]
opgave (5/7)
“De noodklok bengelde in ’t gehucht” het theatrale van de eenzaamheid is het lege theaterwaarin de tijd explodeert: de armen vermenigvuldigen het moedeloze schokkenvan neerhangende schouders;de handen tonen bij duizenden het wit van de palmenmet hun hartstochtelijk gemis en het gat van de mieren;de monden zijn een veelvoud van de mond die zich oefentin het […]
opgave (4/7)
zij, geborgen gloed, het goed dat ze onze ogen doet – Maaike IV Anke slaat heur lange benen over elkaar, de diafane zijdeschuift geluidloos over het oker van haar dijen. ze doet perfect wat er van haar verlangd wordt, volgttot de letter het protocol. ze is het protocol. ze breekt met haar wijsvinger voorzichtig het […]
opgave (3/7)
III – De Stem en de Del import baudelaire.lFdM;import quignard.Délie; kraak hem de schalen, breek hem de schubbeneet hem rauw, hef het roze vol in het licht,ontdoe hem van dit euvel, ontdoe ditstervende stof van uw hitsige trilzang, aanhoor hem, brakke muze, voel hier en nuzijn slapte bij het tasten van uw hongerhoor het schorre brullen […]