Zonneklaar is deze eeuw het al niet meer te krijgen dan toen de maan daarin nog leider was. Je gebaar, gewiekste kramer, is slechts belangeloos voor hen die ’s nachts de markt bepraten. Openbaar gist het geraamde tal lijken tot hun aangezicht dit heden niet meer binnen kan. Sluit haar maar binnenskamers, ransel van geen […]
Categorie: asemisch
Toen in stilte mij vergeten al uw ruisen overdonderde en, verdord, een druppel regen mij een zondvlaag horzels in de nek was, brak mij nog van u ontdaan elk streven af op haarfijn cru gerekte, zeeomspoelde stippellijnen; toen brak, als steen van roos gebarend ik, in mijn kalende zwijgen op de kiestoon af en zei […]
In zwoelte inslaande kilte : seizoens- hoogstandje. Plausibel zijncidergetintel, brandkusvan motten, afval-lige Hondsster. Blakend naast zijn gebeente: doodsvoornaam eik, op knapen afgeknapt.
Niet de scherpte noch de lus van lucht die na mij volgt verbrandt, noch ik, mijn naam te rijk, niet letterlijk wil ik in ogen ooit nog tranen op doen wellen. Dubbelzinnig anders zal ik bij herhaling niet weten te sterven, in eigen spreuken bijgezet, mij gelouterd met de stilte die ik wou, herenigen. In […]
Bezocht. Ter staving spaart mijn hand het wit op dit vergelende blad : het krult en maakt zijn klank tot wet bij het kraken van een vingerbot. Een golem tokkelt nu zijn lust om steels een knop tot moes te knijpen : klink en kerf dan mij, o lier, de zwartst versteende bloei van rozen […]
Kijk nu : onafwendbaar stuikt dit licht de top af, verheldert van de schreeuw een sluier schijn gevat in het nog doorzichtige ijs. Zie nu : het kraakt zich uit in het zwichtende bos, en voor het klatert, breekt, plakt de beek al haar tong aan je roestende verweer. Vlug nu, toe maar, Thaliarchus : […]
Los en leg weer aan : vat in luwte de verwaaiende galm. Hoor toe, herdenk de spankracht van de kramp bij het bokkig stampen van beslagen winter- hoeven. Nu vermanen de dagen : luister, oog je het al ? Offer een gebaar, teken niets, snuif Siciliaans. Bij goden dit voorjaar doorzeefde rozen in de afslag- […]
“Te Mei haddic een bloemken …” Anon. , Weimarsch Handschrift (1537) in mei had ik een klokje uit alle klokjes uitverkoren ze was zo lief zo wit zo stil de zomermaanden raasden en in de herfst het loof verging het werd zo snel zo leeg zo kil de sneeuw is dik mijn lijf is stijf […]
Als, zo wil ik je het nog zeggen, een glas met zingende rand, een speelplein en jij er loeiend op, diepgroen beslagen als een boon die je na het koken schrikken laat, net, zo wou ik nog, nu de bel ging.
De gestalte die je was, daareven, de wandelaar die toen halt hield, zich omdraaide, vervaagt al in het park : wellicht geurde er nog wat, dacht je het nog te vatten als verwelkte bloesem in een brandkast, een verhaal dat afgesloten zijn plaats bewaart, waar het niet eens wenste te zijn. Loodzware, dichtslaande deur: zo […]
Rond gesleten stenen stapelen zich af. Omgord gevaarte splijtend in de barst van de afgewende blik. Anus mundi. Rook en ’s morgens op de marktdagbus het torende zicht op het naar je geaardheid krullende wicht. Roos: lekker stuk.
Met open mond aanzie je telkenmale de zonsverschuiving, hoe ze van je vingers af vergaat en op de tip van je tong die haar instemmend toeklikt, ligt in de heilloze nacht als laatste knik de geblokte naam die je ophikt, waarna het hoofd het melkwitte tafelblad rijkelijk aandikt. Onderhands tikken de nagels vergeefs nog een […]
Bijna kinds aandoenlijk al, dit tekenen namelijk van dingen als wolken tegen een ongehoorde zon. Het zomert, maar hoe vet je ook de lijnen aandikt, zichtbaar blijft het slechts waar het ophoudt. Zoals het hoort, denk je, kind dat stijfhoofdig toegeschoven lege flessen vult, zo koester je de dampen, wil je vast de kringloop van […]
Delicaat, als in reclame, ligt haar hand, nog nat, net nog, ach: laat maar.
Terwijl je de hand aangrijpt, herlegt die zich duizendmaal eerder al in de plooi, zoals net zo vele dingen de kus op een gekloofde lip kil droogwaaien. Terwijl je al in een schip de wereld af wil varen, blijkt net dat het een bolwerk is, en jij, ermede ingenomen, prijst het al van renaissance de […]
Bezoek je een stad, verwordt ze voor je ogen, verheft zich en midden de werf is ze al jij met je kind en zij met je kind en wij met je kind, kortom de hele etage van het plein zodanig zonnig lachend vergeten, dat de treinen al vertrokken zijn in de bel waar je stond […]
Voluit een roos, spreek je haar uit : blauw, zeg maar, als het blauw in het glas van een blauwe knikker. Trapsgewijs misschien raak je haar aan, af? Niet: geluid dat ze dan niet maakt alsof je een vlezige oorschelp een vraag krabde. Een verhaal tot stilstaan toe bezongen, zeg je,zang, maar onderdehand… dv2018 – […]
Blauw rondom de galmende ruimte met, net als in kathedralen eertijds gezangen, het snerpende snijden van zandsteen ter verstomming van de enkeling die niets gegund dan in orgelpunten stilte het rustgevende razen van veraf het stadsverkeer, gehurkt de kogel draagt die aan draden hoog gespannen hem een holte drukt in het achterhoofd : zo boort […]
Niemand had dit loon. Het werd hen, de toegewijden, trouw toegediend : de blonde haren die vergelend sluik haar ogen derfden, haar mondje droevig vol verwondering en hij, vergeefs nogal en droog des ochtends als doordrenkt papier van kranten de tafelen opgedrukt. Merz. Steeds vaker en dieper dan ooit stootte de gedachte door : het […]
Beperkt tot het park in de stad staat de maan en spiegelt zich een honds bestaan in de vijver verwaterd, verwijfd door wandelaars, als vrouw ingelijfd in hun spraak van zon en zij moet zwijgen. Kaal en wild rees de maan in jouw nacht, een vrouw met een lijf dat sprak zoals jij, naakt met […]
Zo klapt hij uitgebeend de ochtend in en zingt hij schor de bloemen toe op het van vocht verschoten behang : harba, harba harba lori fa. Zo droomde hij van water : hij erin en hij het water, urenlang tot de zon hen riep van zwemmen moe : harba, harba harba lori fa. Zo ziet […]
Op het onmetelijke ijsveld dagelijks het inslaande woord dat zich wederkerend door de herinnering van dingen naar hun stilte, stilstand boort. Duizend Poolse moeders zoeken broodloos, zwak, de Oostzee af, richting Kattegat. Daar verdween die niets hoort een schaatser, duider van het wak.
Bloemen bogen, takken zongen mij en bomen spleten voor de letters van mijn bril. Mij mede viel geen woord te houden, het sterft nu als kreet het landschap in en de treurnis smaakt zoet om al het verdwijnende. Suikerranden, fruit en fancy, vliegen in het leeggezogen glas, spinzieke poes op mijn buik. Van niets ontstane […]
Nergens heeft hij zijn tijd mee. In droomoorden buitenissig sissen op zijn bijten alle zonnevruchten. Onder vliezen knarsen tegendraadsde afgeknotte wieken. Hij noemt zichzelf de stekjesneger steunend op uw stok. Dorstig weifelt hij wel eeuwen, draait op zijn weg slangen bezwerend alle stenen om. Hij tafelt waar hij kan. De schaduw van een cactus is […]
Hoe helder kan gehurkt bij nacht nog de lichtknak in de loop geblazen worden ? Hoe blauw nog bij het vervagende, de schaduw van een ver verschoten pijl ? Wie spreekt nog dit graf uit en welk masker afdoende voor het nakende geslechte ? Soms, gruwend, hul ik mij diep in de plooien van haar […]
ZEEMANSKLACHT
’t Grijze vlak van zee en lucht strekteindeloos. Nu klampt geen kleur dit schipnog aan, geen zon slaat hoogblauw op, geengouden maan bestijgt de boeg. Nacht is dag is nacht nabij, is ruimte zonder plaatsDagelijks schreeuwt wel een van onszijn land in zicht en moet ik vonken hoopmet spel van kracht en rede doven. Loze halen […]
gebed in de regen
opgetrokken zijn de staketsels van bedrog, de geulen van de leugens met geveins gedicht, de boodschappen breed en blij uitgeboterd, de puisten kramp en nijd met rouge bedekt. barst en breek en stop met kloppen, hart. de wrede nacht vreet al mijn dagen op en zie de wereld slaat mijn ziel verrot. verlangen is een […]
snel
jouw handen zal ik leren het beginsel van bewegen jouw glimlach verheffen tot het snijden van staal jouw gebeden genezen, de gaten in jouw sokken stoppen met vreugde en wellust en kleurige wol jouw armen omarmen als waren het reikende lianen die arm willen worden, al onze liefde schamper vergooien zodat we de heimwee teder te […]
klaarliggen
de avond verkracht breekt het zwart in mij open de lichamen arm en hoofd nochtans goed ondergestopt hopelijk verderop in de nacht dat ik wordt geplet uw stem heeft die daadkracht en ik geen verhaal. mijn werk was niet het drukken van tekst op papier. de rechtspraak heden verheugt zich in geldige moord het gelijk […]
Hier de Fonetische Uitwerking (FU) van de Nahdadisten van de C-M’s van 18 en 19-05. Voor de explicatie en de oorsprong van de FU’s zie https://dirkvekemans.be/2018/05/17/fu-2-gla/ FU #3 – OK’OIL Uitspraak van deze FU: (2x uitgesproken) noot: u merkt dat de fonetische weergave in IPA slechts een benadering is, ik heb geen passend teken […]
wreed
het was rond tweeën maar ik was alleen en sprak: de tijd tikt letterlijk mijn mond is maas maar enigszins afzijdig en morst. waar blijf jij, onik? valt er nog recht te spreken? een wolkje roost in mijn glas hoe mooi geef ik mij over eerst is er een daveren de wereldbeelden sudderen breinaalden prikken […]
staartbewust vertrapt de olifant enkel dat wat lag te wachten
beter
ik dicht beter dan ooit: niks lucht meer ertussen. het zuigt om u en perst mij uit. het zilver spreekt in zilver, de dagen praten duizenduit, de nachten zien de nachten niet meer zitten. schijn bedriegt en niemand liegt want het licht zelf dooft in de ogen dus wat zou het. uw hart kwam al […]
de hemel zijn huis de aarde zijn bed hij stuurt de planeten hij vlamt in het ijs niets kan hem raken hij is paradijs zie ju-loe ling zie zie ju-loe ling het einde verheldert de uitkomst verklaart de hemel verduistert de aarde bedaart het water weerspiegelt de sterren de maan zie ju-loe ling zie zie […]
Fonetische Uitwerking (FU) Van een Werkende Invocatie van de Muze (WIM) kan je ’s ochtends bij het ontwaken een Calque-Muse (C-M) maken. Tijdens een Calque-Muse teken je (naar beste vermogen) wat je ziet als je naar de WIM kijkt en als afsluiting probeer je de exercitie af te ronden met een samenvattend gebaar (“nah, dadist!“). […]
sprekende liefde
monddood word ik opengespalkt, de droomprins. stank. uit kieren gulpt zagemeel met bloed en pus een werkman die mijn vader was, heeft zorgvuldig zijn gelaat geschaafd omdat zulks gladder toont, humaner. hij voert uw handelingen uit (de nummers één tot zes) u eet kip in scènes waarvan het vet in koper en glas wordt opgevangen. […]
de ziel is hoe (vraagt naar de wijze) de ziel is op (waarop zij zich opricht) de ziel is on (nu ik haar bewegen volg) de ziel zingt de ziel (kristal is het zijn en springt)
geloof
ik geloof in engelen het vlagen van schoonheid in iedereen een draadje met nog wat bloed er aan dat verleidelijk bengelt een golf van opwinding door een koor kinderen het gevoel dat het nog kan op de gladheid van straten nadat alles is ondergelopen een lichte trilling in slijk de wegdeemsterende tinteling in lippen nadat […]
Tijdens de tweede Asemische Formance (een betekenisloze performance, zie https://dirkvekemans.be/2018/05/01/inleiding-op-de-asemische-formance/) gaan we een Werkende Invocatie van de Muze (WIM) aanmaken. Een WIM kan gebruikt worden voor alle doeleinden waarvoor een echte Muze gebruikt kan worden, het is geen model van een Muze maar een Werkende Instantie (Klasse) die enkel dient opgeroepen te worden. WERKWIJZE ——————- […]
versnellen
het einde is in zicht de wetten daveren hier de vrouw die mij net verliet dan heeft u die alvast het gaat snel de de’s zijn op we zullen het met het het moeten stellen u bloost maar het behang heeft alle er alle cijfers voor nee ik ben geen dichter ik maakte u iets […]
kleine leer
naar de Daxue (Grote Leer) toegeschreven aan Zengzi (12e eeuw) de bepaalden tot deugdzaam bestuur dienen het bestuur te verbeteren de bepaalden tot bestuur dienen het huishouden te verbeteren de bepaalden tot het huishouden dienen zichzelf te ontwikkelen de bepaalden tot zichzelf dienen de gevoelens te beheersen de bepaalden tot de gevoelens dienen de wil […]
goudgeel lokt het haar heur langs de gave huid. “appelwalm” zo meukt groenig de dooie meuje in d’r meuk en ”peer” zo schurkt de myope de verf van de deurknop. “heb vertier” tiert de plezierverordeningsmachine en het lachen vertist in het sissen van de kritieke levensbeëindiger. ” ‘het zijn zij en hen en ook die daar”, maar het is wel de pakslurf […]
eindsignaal
‘het leven is eigenlijk één grote meditatie’ een Wijze in Tienen in talloze pixels ik droomde mij jouw glanshuid maar versmolten met asfalt en rubber het affe shot verstoof en de dood werd een snakbare portie genot. een strandogenblik werd het waar een jij-ei verloederde tot een doorschijnende brij verglijdijen langs mij. ik was de sloep die weigerde jouw zuchten te slurpen, smeerde ons als sterrenglinster […]
zrem
zarem sarem zarem zrem zarem zarem sara zem rem rem zrem zrem! retoricapella capellarotor wrem z zzzzzzzzzzzzzz rem funf be be chee zarem sarem zarem zrem zarem zarem sara zem rem rem zrem adad skcus sea skcus selur zrem! elihw eht srekrow evrats ot ew htaed lliw llecxe ni! sumsirttelonrop We doen […]
o o ra ra o ra ra raah orara raaaaah (gh) o orara raaaaah (gh)………………………………………………. kchl ack! (ping) o rar rarararararararara aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahragh (gh) ………………………… kchl ack! (ping) retat palk & stelk & lewk wu kur netoneggnot jib ekle enielk snak srednakem nellab keets fa raah edehcs lov tem dnemiuhcs tor kert & u redno […]
de huizen houden op met schreien. dof en dik druipt het duister van hun randen. regen davert, de doden raken los en drijven. met wassende wolken de aarde sloot haar verbond. modder dekt gelijk en gestaag het excuus als verzuim. geen god maar de mens heeft de mens gemerkt als zijn dier. de zee stijgt […]
winter
de dagen duren hun uren, de hond ligt moede in het donker en de koude door de zwartste gaten sluipt binnen in de tijd. het ogenblik in pegels druipt van mijn huid en al voel ik nog jouw armen naast mijn armen graaien, in dat woeste willen val jij, glij ik, sta jij, grijpt mijn […]
Performance is sinds jaar en dag een verzamelnaam voor fysieke optredens waarbij taal een erg ondergeschikte rol speelt. Het ligt voor de hand dat de asemische beweging met haar voorkeur voor de gestiek van het schrift en haar rigoureus weigeren van (eenduidige) betekenis een eigen vorm van performance dient te ontwikkelen die de interne logica […]
nachtschade
Geboren worden willen weelderig de velden, de muren en de stenen in de zweterige bergen maar de zee blijft nachtelijk de stralen pletten geen tinteling, geen blik raakt uit haar baren. Verknoopt als leliestengel in haar winterkleed en schermend met haar beelderige schoonheid vermaakt mijn vrouw uw stem aan duisternis, haar slurpogen doen van uw […]
adem is geen opening: van zodra de weg een weg is, is de weg weg. water maakt de bedding waarin water stroomt. van enige rivier is nergens sprake. Sponsor mijn ‘straf’ (wiskunde)kamp…