Envoie-toi bien loin de ces miasmes morbides; vel op derrie, roos in slijk, op vegen nacht een vaal gezicht tot het lichaam mij bekoorde, tot haar lichaam mij bekoort. vlees verhaalt de zeeën hoe het vocht vergaat in grond. bloemen dichten mij gedurig: doe ik mij sluitend in haar toe, tekort aan haar wellicht is […]
Categorie: asemisch
L’enfant désherité s’enivre de soleil een voetafdruk geluid in grint en maanlicht op de wagen viel tot haar lichaam zich weer sloot, tot haar lichaam zich weer sluit. kleur bedacht ik om het haar en om het vlak der ogen te betasten, warmte om het einde van mijn koude op haar poorten voelbaar stuk te […]
AFSCHRIFT

Het draagvlak zweeft, waarop jij mij omarmen wil: een web verderf, een bladerdek met in elk blad een nerf die met een knak zijn tak afvallig werd; een laagje daad, waaronder niets jouw ijle droom wil ankeren. Of weet je niet dat in luchtledigheid jouw liefde eender valt als lood? Ik adem en rond het […]
AVIS Argumentum : Hunc miseri tumulo ponentem corpora nati garrula limoso prospexit ab elice perdix et plausit pennis testataque gaudia cantu est (Ovidius, Metamorfosen VIII) Heropen hoe het niemand is en daal in cirkels af, stoot door het dorre vel en grijp naar wat twee vlinders van hun vlucht bewaren. Bol dan driemaal de zeven […]
II Er was verhevenheid die losgewaaid op marmer rustte: een waas in cirkelvorm, dor gras, of als het binnen was, de geur van hondenhaar indrukbaar tot een plaatje harde draad. Er was een zondvloed van al vluchtige en jij die haar getrouw het brood doormidden brak en heersers met de kruimels voedde. Maar niemand had […]
ARTES Argumentum : ‘Icare’ dicebat : pennas aspexit in undis devovitque suas artes corpusque sepulcro condidit, et tellus a nomine dicta sepulti (Ovidius, Met. VIII) I. Aldus (en onaflatend wordt de naam in verse graven bijgezet) heeft het jou steeds bestaan : een lijn vraagt in het leven om bevestiging, je draait een krul om […]
Noot betreffende dit tekstuele gebeuren: Ik heb over Kierkegaard ook alleen maar wat Wikipedia en het boekje uit de reeks ‘Kopstukken uit de filosofie’ gelezen, en van hemzelf enkel vluchtig ‘De Herhaling’, dus een ‘kenner’ ben ik zeker niet. Maar het boeit mij dus ik lees graag verder, samen met u, als u dat wil […]
VERLICHT Verlicht wil ik zijn, Ooit. Nu heb ik aambeien, Dat is ook al wat. als student heb ik ooit de gehele cursus ‘Algemene Wijsbegeerte’ samengevat in één fictief woord, een anagram waarbij elke letter uitklapte naar de rest van de boomstructuur waartoe ik heel het zootje had herleid. het systeem werkte voldoende goed […]
ATTENT het oude liedje schoot haar doel voorbij, keert nu weer om zichzelf op te rapen. GEIL onder de maan tjirpt gehurkt als een bidsprinkhaan de naakte ziener VERSTANDIG de maan is vol, de man is hol het ware beter dat het niet opnieuw begon.
RIGORISME
In vreze van larven die traag het ebbenhout tot weerloos stof vermalen, wanhopig om regen die de hete twijfel voor de vraag van antwoord dient, rillend om warmte die het geroofde ei gaaf de grauwste bek uitstoot, kokhalzend het leven aanbeden als de dood voor aalgladde dageraadswoorden.
De dag kwam aande dag die aan de dag kwam als de aangekomen dag : een bloemknop openbrak(in bloei gebroken dag) die hoopvol open knoopte, brak en liggend daar zichzelf met bloem in bloei verblijddeop de aangekomen dag,dacht zij, die zij was : bloemin hem die in haar bloei vergaande was (zo verde bloei reikt, […]
Het opgespannen doekwordt grijs en zwaar van de dauwboven de pratende hoofden. Haar toegewijd reikt jouw handen raakt niet haar,maar zich in onmacht rekkendehet doek en van de donkerrode lucht op voorspraak van goden beducht,glijdt in je palmen breekt de druppel vochthaar toe en op haar bovenlip staat even zilverals een omkartelde wolk de daghet […]
Een duimbreed telkens schuift heel wit het schip de kustlijn af en aan van Nazaré. Haar voorbeeldig getaande huid is door het blauw boven de duin zo scherp omtekend dat het afdrukbaar is, op de gekende tegels bijvoorbeeld waar hetzelfde blauw dit land is ingebakken en zich onder glazuur van aanraking onthoudt. Snel, besef je, […]
elegie
Het rillen dat je om haar voelde is net zo weg als zij. Ze heeft je de regen gelaten, wind in een cirkeltje brand in je jas en het lome virus van herfst in het gras, het blad, een glas. De dag herhaalt de daden slaafs en wat zo stapsgewijs het einde in het midden […]
’t gelatene
“When i died last, and deare, I dye” John Donne – The Legacie je kijkt haar aan en zie je niet het zich verstrijken al nog voor het aangebroken is? al het gezegde, wat je zei dat er niet was, en wat je niet zei en hoe verkleumd iedereen? je kijkt haar aan en zie […]
dageraad (5/5)

het vergezicht trekt trillend aan de bladhemelen sleurt de nevel neerwaarts op een wilg die stram met twijgen strooit, knoestig frunnikt aan Aurora’s zijden zoom. het lacht. “schoonheid giechelt als jij grapjes maakt, mijn lief.” het land is stil, het verre rood verkilt er. een spin gaart uit een oude monitor haar draad.het licht is […]
dageraad (4/5)

pictoraal verschuift het rode raam naar af en insgelijks de voet gaat op de vloer verkleuren van goud naar weke bleekte. vette aders spellen blauwe hemel om tot hel van vuur en ijs. trilharen in de geeuwstorm, de kijkende bollen tollen in de gaten en de wenteltoren waggelt nog vol onnavolgbaar vluchtende draken die het evenwicht […]
dageraad (3/5)

elke schaduw maakt op eender licht een lijn.het zien denkt afstand tot een krasafwijkend van de kras die beeld wil zijn,geslepen spiegel van het zicht dat was. de tijd wordt door elkaar gehaald op glas. de gruwel staat met leven oog in oog het scherpste beeld blijft altijd scherf, lijn die van de dood het […]
dageraad (2/5)

zo elk moment weldra tot nooit vergaat, is niemand ooit het anders aangedaan: geen raad bij dag vertrouwd, geen staat van waken houdt bij nacht nog aan. geen muze laat zich zien bij licht: haar bitter-zuur versleepte zoet, het drijven zonder duur of zicht blijft eenzaam minnen zonder goed. en niemand wil de lage wensen […]
steek, vreugde, uw kaarsen aan. hoe eindeloze uren wil zij pijn begluren die haar hand doet slaan. in huis alleen geluid. even of er iemand was, een ritselen langs de ruiten: een mot die maanlicht ziet. niemand mag nog buiten. dekapitalisering van Ida Gerhardt’s ‘Nachtwake’: NACHTWAKE Doof, hoop, uw fakkel uit. Hoe eindeloze uren moet zij […]
levendige dromen leven in herinnering. hevige verlangens woeden in verbittering. stil bewegen in het onbewogene lukt niet, als je van de dingen geen teloorgang ziet. voor Rigorisme (losse gedichten 1994-2024)
dageraad (1/5)

het weet hoezeer de overslag, het uit nachten uitslaan van wat het was, wou zijn, het bij het omslaan tot besluit, de opstand die nu beginnen zou, de tot de adamsappel opgeknoopte wet, het rond vertier geweven stalen net in het zicht van de aangewezen staat, de taak, het hakkelen naar daad, in het licht ook […]
Ijsveld, glazen oog. Op het orgelpunt stilte kucht droogjes een gans. uit ‘Spelen dat het Donker Wordt’ (1995-1999/ rev. 2018)
De maan sneeuwt stilte. Zwijgend schept de man ’s morgens zijn naam voor de zon. uit ‘Spelen dat het Donker Wordt’ (1995-1999/ rev. 2018)
De jongste dag begon met kraaien, naar dansend licht dat viel voor haar door ongekuiste kinderkamerramen. Nog winterlijk was daar de zon in opgeknoopt voor het stelen van paarden uit de droom waarin zij loopt. Zo zingen lastte zij de vogels dat de botten afgetekend in de bomen hingen, zo gonzen gold haar kraaien de […]
Hij sluit zolang de avond uit haar naderenen uit haar spelen, even, dat zij lopen kon,is elke vorm van val geschrapt. Schervenzetten hem beweend weer regelrecht beschreven in de zetel waar alsnoggeen woord voor is. Zij let nog niet opnoten: hij maakt haar de wereld uit en istot haar vermaak hertekend in de lach die […]
Hij weet zich aan beweging meegedeeld,telt met haar de reeds behaalde waarden.Hier wat ter vervollediging hem toekomt,plaats, tijd, uitgesproken nummering en daar wat niet. In kringen wordt een vijverwel zijn daad aangemeten. Wat niet pastverdwijnt en drijft zogezegd meteen alboven. Het vriest niet, maar toch zal het zonder warmte zijn. Likkend aan het mesvreet ook […]
Vliegt en slaat dan plots in drift de veer zijn hand en wendt het wiel zich van hem af. Verging niet ieder die de schoten in de heuvels hoorde en de rivier betreden wou het zo ? Zij zwijgt en beent zich uit bij wat hij schreef, een daad die van haar lijf geen punt […]
Homeros was een sterrenkundige, verzon hij nuals grootste deugd en wat geschreven stond,bevreemdde hem niet meer. Hij beval haar ten huwelijk en spon zich diep in haar: een lila toverbol in slierten uitgezaaid, een ritselen, gesluierd rond haar hals, dat terminaal haar doordeweeks geklets verbond in delicaat geraas, een gaas met perspectief op wat er […]
Grimmig groent bijtijds ontworteld dagelijks de stramme stam wat aan. Scheuten wordenbij de late vorst door haar ontraadseld onder zode : misverstand, want zonder zijn was onder mos zijn woeden een toonbeeld van duurte: goud, gestolen van de zolder en voor wat schamel geld als tijd verheeld,werd zo bij haar van nijdig ros het zinnebeeld. […]

Onder dwarse handen spant het ribfluweel de huid in groeven naar het graf. Haar onmin wekt een droef doortrokken wrijven op: het spel ontaardt tekort gedaan in ongewilde siddering, een obligaat droget waarmee haar nijd tot in het merg der malse knopen snijdt, het zoemen van viraal gezag blootlegt en zo de daad haar tegenwoordigheid […]

De misdaad loont. Vol schuld en boete hijstde oude vloek zich in het stalen krijsenvan de treinen die op lijken rijden, heefthem die zij verdroeg een winter lang van niets ontdaan, met herinnering belaagd gestaag, alsof een helse drang in hem of haar zo liefdeloos en leeg, hen scheiden wou en tijd van alle dingen. […]

i.m. Samuel Beckett De lucht klaart uit. Een open venster staat open op de hemel en hij staat hier en hier staande is het afgelopen. Stilte, volle maat. De heg wordt groener dagelijks en dagelijks dichter en dichterbij hier een beetje zelfs.Het land vergeet hem staande en hij het landen het vergeten duurt het denken […]
Een tak breekt af. Een late loper traint zich in lang lopen, de vijver vijfmaal rond of meer. Hij schrikt en schikt zich van zijn pad een plasje in, bespat de nieuwe blazer die hij net nog had en hem, en wat hij toen had toegedacht, sprong open, over, zette hem de hak en buitenmaats […]
vers (take 2)

Bladeren bergen koelte,de kruin buigt in de zon. ’s Nachts de eenzaamheid heft de enkeling hooguit boven zichzelf. Zilver is de maan en in de dieptezwermen de sterren. dv 29/06/2018 – “bladeren bergen koelte” – meerkleurige selesteina-omschrijving van een pictogram -85×52 cm -acryl, inkt en gebruikssporen op papier
De barst breidt uit. Een lauwe wind bekrast het zilverwerk in bomen, een merel vreet zich geel gebekt door ’t laatste ijs de modder in. Als hersenvocht vloeit uit de open huizen in dampend grijze golven vol van hondenhaar de doodsbevlekte winter weg: de angst verbeeldt zich in een groet, een overslaand gebaar, een schoongemaakte […]
Het vallen, regelrecht door kale bomenvan onvertakte druppels, ongehinderdhaast: zo snel viel al het loof de takkenaf op ’t rottend klaterdek. Waar het om ging, gaat, is als een loze zenuwtrek uit het gezicht vergaan. Herhaaldelijk: een lichaam stelt zich op, stuikt in en laat zich nooit nog lezen. Afgaande op de vleugelslag van meeuwen […]
Een voetnoot nog, een praatvaar op pamflet,een buitenkans is dit gekleurd missaaldoor Congolezen in de gleuf gemurwd van dode huizen. Op kraaknette lakens ontvangt met zure port en toastjesmeel het salon de maandagavondrevolutie. Verzilverd is sinds lang het werk dat nooit voltooiing vond, tot rosse streep geroest elk zwaard dat zich een waarheid boorde: in […]
In havens opgebaard, vuurrood geprangd tussen drijfijs en grondvorst, hout, des zomers rot van zee gehaald en toen de herfst het vale zeil verregend had, voor dood aan land geklonken, verlinkt als brug aan polderwegeltjes, een mijn ter ondersteuning van de diepste schacht : scheepsskelet dat nu zijn kamer tooit. De zondagsverf gebaart in overvloed […]
Op een winteravond slaat de wereld af en in het licht daarvan, per zilverling, drupt elke tel de tijd als lek gerinkel uit aan hun stad verknochte kranen. Hooguit blijft een laatste meeuw nog krijsend uit het zwart betakte grijs gesneden tot ook haar schreeuw zich nestelt in het ijs op het oog van de […]
De kamer stelt zich in, open als de zee en doodgewoon van jou en geen kwaad geweten. Alsof niet meer dan dit zichzelf was, rimpelloos:
Valt, hoe plots ook: een goed oog erin. Je hebt voordien en weet hoe ook uiteindelijk het laatste pluisje van de paardenbloem iets raakt. Ondraaglijk echter, telkens deze winternacht, wordt de herinnering aan hoe het spel het licht deed duren,- alsof het zo niet verder kon.
Over daken turen, naar naden speuren: elke achtergrond een nieuwe afgrond. Van dak op dak en heel erg wit blijft het pluimsliertje schoorstenen tonen. Stampvoetend tot hier de laatste snik van kleur verdacht mij uitlijnt, valt er niets te beginnen. Al hapt de hond zich dol, sneeuw herhaalt zich niet.
Verlangen, bijvoorbeeld, dat de mist de voorjaarsdag een glans verlenen zou, alsof het verder niet meer hoefde. Roerloos, hooguit, op het randje en door heel gaarne te kijken, zie je nog iets. Voor beweging is de tijd te klein: de klok vertikt een eeuwigheid, de trein ontwikkelt zich, een wijzersprong en alles eindigt zoals het […]
In tegenspraak jezelf de vloek ontzeggen, verblind door hoe de zon zo ijzig laag in je oog steekt en murw van de wind die weer de andere hand dient aangeboden. Een hoofdvol kiespijn schud je meewarig de woorden toe, voor het kwaadste spreken uitgedost : het leed, zonder twijfel, is de stilte aangewezen, en waanzin […]
Ontwaken, zo, getrouw de dag die plots het zonlicht ziet die bij haar thee gedroogde abrikozen eet, een dame op haar stekje slurpend tussen vlagen regenval in januari en die misschien die dode aarde van zich slaatin mostar waar het kogelketst en moorden gaat weer zo meteen en voor een tijd nog wel en die […]
Van tuinwerk dromen, uitgespitte grond en of je daar een parel trof? Niets bleef bewaard, hoe je het ook prijsgaf aan de tijd dat je nog bestond, hoe ook je het van Griekse schoonheid, haar scherpte losgewrikt en van de aarde afgebroken vond. Restant van een gaffel, het uitgeroeste nagelgat gebeten op afwezigheid. Afdoende werd […]
Spelen dat het donker wordt: zo dook de boeman nacht gebrild op ski’s de kamer in, brak daverend het raam tot een spiegel van waarachtigheid. Kijken dat het je ernst is : met lampen op je hoofden een rimpelende voetganger waar een haarlok klefte, voor je het gordijn dichttrok. Dat het donker werd, speelde jeen […]
de vos bewaakt van ver de bron de werker hijgt en pompt al uren, geen water ooit geeft branden weer. de dames deftig duelleren fel het hart is hel, de tongen vuren, hun brand gaat in het bos tekeer. de uil is heer en wendt zich af de molen maalt de winden om de dronken […]
de draak daagt in het oosten de dwaas is veilig opgesloten de cactus armt, de heks wil hond het zit de paarse fee niet mee: ik word wakker en mijn dromen worden zee.